Leerstofoverzicht: inleiding tot multimedia

De onderstaande vragen moet je kunnen beantwoorden om uw examen goed te kunnen oplossen. De antwoorden vind je in de cursus. Zorg ervoor dat je volledige antwoorden formuleert en een vlot doorlopend verhaal vertelt. Toon dat je de leerstof begrijpt, geef voorbeelden, wees grondig en volledig.

OPGELET: de uitleg in de presentaties is lang niet voldoende als achtergrond voor je examen. Zorg voor een zinvol begrijpelijk antwoord op alle vragen.

DOWNLOAD DIT OVERZICHT ALS PDF


Deel 1:

Computerarchitectuur https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/docs/architectuur.pdf

Embedded/elektronica https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/docs/deel1.pdf

Smart technology https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/docs/bigdata.pdf

Handboek (deel 1) http://www.schoolvoorbeeld.be/cursusmultimedia.pdf

Wat moet je kennen/kunnen in dit deel?

  1. Leg het verschil tussen analoog en digitaal uit.
  2. Wat zijn de voordelen van een embedded systeem?
  3. De drie onderdelen van een embedded systeem bespreken (sensor, digitalisering, actuator). 
  4. Bespreek het groeiende belang van embedded systemen, SoC's en microcontrollers in onze tijd.
  5. Wat verstaat men onder “data gathering”?
  6. Waarom is smart technology “smart”?
  7. Hoe werkt het “internet of things”?
  8. Wat kan een marketeer doen met “big data”?

Begrippen verklaren en uitleggen:

  1. elektronica
  2. microcontroller
  3. embedded systeem
  4. sensoren
  5. actuatoren
  6. Big Data
  7. Data gathering
  8. IoT
  9. Arduino


Deel 2:

Interfaces: https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/docs/deel2.pdf

Programmeren: https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/files/programmeren.pdf

Handboek (deel 2) http://www.schoolvoorbeeld.be/cursusmultimedia.pdf


Wat moet je kennen/kunnen na dit deel?

  1. Bespreek de ontwikkeling en evolutie van de belangrijkste computerinterfaces .
  2. Waarvoor staat augmented reality en geef een paar voorbeelden?
  3. Wat is het verschil tussen augented reality en virtual reality?
  4. Noem minstens 7 zaken waarbij je rekening moet houden bij het bouwen van een computerinterface (interactie-ontwerp). Leg grondig uit (onder punt 2.1.4)
  5. Aan de hand van een voorbeeld (een site, een stuk software…) voorbeelden van goed en slecht interface-ontwerp kunnen herkennen en aanduiden.
  6. Het verschil en het verband tussen binaire code, machinetaal en programmeertalen uitleggen.
  7. Waarom hebben computers het moeilijk met menselijke taal. (zie ook volgende deel)
  8. Waarom is interaction design en user experience design van groeiend belang in deze tijd?


Begrippen verklaren en uitleggen:

  1. Interfaces
  2. CLI
  3. GUI en WIMP
  4. TUI
  5. NUI
  6. Brain computer interfaces
  7. compiler
  8. UX-design


Deel 3:

Film: Operating systems

Presentatie: https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/docs/bigdata.pdf

Handboek (deel 3): http://www.schoolvoorbeeld.be/cursusmultimedia.pdf

Wat moet je kennen/kunnen na dit deel?

  1. Waarom hebben computers het moeilijk met menselijke taal? Leg grondig uit.
  2. Hoe digitaliseren computers afbeeldingen?
  3. Hoe werkt RGB-kleurcodering?
  4. Noem drie manieren waarop afbeeldingen kunnen gecomprimeerd worden en leg uit.
  5. Wat is het verschil tussen pixel- en vectorafbeeldingen?
  6. Wat zijn besturingssystemen en waarvoor zijn ze noodzakelijk? Som de belangrijkste operating systems op.
  7. Waarom zijn algoritmes belangrijk? Noem minstens drie verschillende algoritmes die heel belangrijk zijn in deze tijd (leg uit).
  8. Wat is AI (kunstmatige intelligentie)? (De antwoorden vind je verspreid over deel 2 en deel 3)


Begrippen verklaren en uitleggen:

  1. NLP
  2. pixels
  3. RGB
  4. vectorafbeeldingen


Deel 4: niet te studeren

Deel 5: niet te studeren


Deel 6:

Film Audio/geluid

Presentatie: https://www.schoolvoorbeeld.be/icarosp/home/files/animatie.pdf

Handboek (deel 3): http://www.schoolvoorbeeld.be/cursusmultimedia.pdf

Wat moet je kennen/kunnen na dit deel?

  1. Leg het verschil uit tussen RGB en CMYK.
  2. Wat is een film? Leg grondig uit.
  3. Noem vier animatieprocédés en leg uit.
  4. Noem verschillende vormen van stopmotion en leg uit.
  5. Waarom bevat een tekenfilm vaak honderden tekeningen voor één seconde film.
  6. Wat is de functie van lagen, tijdlijnen en keyframes bij het maken van een animatiefilm.
  7. Waarom bestaat er heel wat verwarring over 3D? Leg grondig uit.
  8. Wat is geluid? Leg kort uit hoe je geluid kan opnemen, bewaren en bewerken.

Begrippen verklaren en uitleggen:

  1. Additieve kleurmenging
  2. RGB en CMYK
  3. FPS
  4. rendering
  5. stopmotion
  6. keyframes





Controleer vragen

De antwoorden op de vragen vind je in onderdelen van de PDF-cursus of online. De theorie verwerk je alleen. Tijdens de lessen doen we praktische toepassingen op de inhouden uit de les. 

Als je bepaalde onderdelen niet snapt, zoek dan zelf op internet naar extra informatie of vraag aan de lector voor meer uitleg. Bij de meeste delen vind je bij de online versie extra film- en/of animatiemateriaal.

Volledige cursus

http://www.schoolvoorbeeld.be/cursusmultimedia.pdf

Opgelet: deel 4 en 5 hoef je niet te studeren!

De vragenlijst vind je in de kolom hiernaast.


home