30 jan

I (historisch) Tienen

Mijn dochter Joosfien is negen jaar. Onderweg tussen Hakendover en Leuven vraagt ze me altijd historische verhalen te vertellen. Fijn is dat. In kindertaal zit vaak wijsheid zegt men. “Waarom doet men niets om al die oude gebouwen te bewaren en vervangt men ze door zoveel nieuwe lelijke dingen”. Je kan niet alles bewaren natuurlijk, maar als er niet veel rest, loont het dan niet de moeite om die restjes te conserveren? We hebben ons voorgenomen om samen een boek te schrijven, een boek over grootse, maar vergeten dingen. Over kleine mensen die grootse dingen doen. En we reizen daarvoor niet verder dan plaatsen binnen een “bereikbare” afstand. Vandaag stonden we in Tienen in de Gasthuismolenstraat en de vraag was er weer.

Furieus

In 2015 schreef ik aan de KULeuven een paper met als titel “De functie en betekenis van dierensymboliek in de berichtgeving rond de Tiense Furie (1635) “. Op zich een vreemde titel voor wie niet zo veel af weet van het verleden van de “zoete” stad. Het behandelt de berichtgeving rond de Tiense Furie, waarin zo goed als de hele stad werd vernield in de blinde oorlog tussen Nederland en Frankrijk aan de ene kant, Spanje aan de andere kant. Godsdienst werd ook toen “gebruikt” om politieke belangen te dienen, een visie die vaak omgedraaid wordt en dan heet het godsdienstoorlog.

De vernietigende brand van de Furie had niet alleen de stad in puin gelegd, maar ook de binnen de muren opgeslagen voorraad graan was in de vlammen opgegaan, waardoor Frederik-Hendrik zijn leger niet meer van het benodigde voedsel kon voorzien. De Tiense Furie en het nieuws over de plunderingen en baldadigheden hadden een afschrikkend effect op de wijde omgeving. Een aantal Franse soldaten deserteerden door het uitblijven van soldij en het gebrek aan voedsel. Een poging om nog snel Leuven te bezetten, mislukte hierdoor. De hoop van de Republiek om de katholieken in het zuiden voor zich te winnen, ging door de berichtgeving over de verkrachtingen, de martelingen en de verwoestende brand voorgoed verloren.

Beestige verbeelding

In prenten uit die tijd vertolkten tekenaars de gevoelens van de strijdende partijen en van Tienen zelf. Eén van de prenten toont een zicht op de stad Tienen. Op een rots, symbool voor onverzettelijkheid, staat een haan die de waakzaamheid uitbeeldt. Uit de rots steken twee armen. Een slang slingert rond de rechterarm die een spiegel vasthoudt. De spiegel symboliseert zelfkennis. De slang verpersoonlijkt hier niet het kwaad uit het boek Genesis, maar de voorzichtigheid. Het schaap op het wapenschild van Tienen dook op na de Tiense Furie en stond bijna letterlijk voor de vermoorde (geofferde) onschuld. Het beeld van de schapen maakt nog steeds deel uit van de symboliek van de stad Tienen.


Het verleden wegvagen?

In vergelijking met andere Brabantse steden kent Tienen zo goed als geen gebouwen meer die dateren van voor de zeventiende eeuw. Het Burgerhuis Ark van Noë in de gelijknamige Ark van Noëstraat zou één van de enige huizen zijn die de brand van 1635 zou hebben overleefd. Hieraan zou het gebouw ook zijn naam te danken hebben. Plaatsnaamkundige Paul Kempeneers toonde echter aan dat hiervoor geen historisch bewijs te vinden is. Een ander gebouw van voor de Furie zou het verkommerde Sint-Jansgasthuis in de Gasthuismolenstraat zijn.

Het mag dan ook vreemd heten dat de Tiense politici tot op heden, ondanks talloze beloftes, en aangekondigde verbouwingen (de stellingen voor het gebouw zijn ondertussen zelf reeds aan restauratie toe) niets ondernemen om dit stuk van het stedelijk verleden te conserveren. De berichten over “I love Tienen” die de sociale media sinds een paar weken opvrolijken, getuigen wel van een hernieuwd voornemen om de verkommerde stad te herleven… iets wat we vaker horen bij het begin van een nieuw jaar. Simultaan duiken echter persberichten op over het aanpakken van de leegstand en verkrotting. Het oude vergeten Sint-Jansgasthuis dient daarbij opnieuw als coverbeeld. Boetes op leegstand zullen verhoogd worden om dit probleem aan te pakken. Was dit gebouw niet eigendom van de gemeente zelf? Hoe zit dat dan met die boete? Het verleden mag geld opleveren, maar geen kosten? Het voelt vreemd dat politici in al die jaren van goede voornemens hun beloftes niet nakomen en echt werk maken van een degelijke conservatie. Ook hier lijkt, jammer genoeg, het kortetermijndenken te primeren. Het lijkt een kroniek van een aangekondigde dood. In “The History Manifesto” schreven de historici Jo Guldi en David Armitage: 

“A spectre is haunting our time: the spectre of the short term. 
We live in a moment of accelerating crisis 
that is characterised by the shortage of long-term thinking.”

Hart voor steen

Voor wie echt een hart heeft voor Tienen en dit letterlijk zichtbaar maakt door een sticker op de jas te plakken, laat dit dan ook wat dieper gaan. Kijk in het hart van uw eigen stad, naar het verleden dat er achter ligt. Kijk als waakzame hanen in de spieghel historiael, voorbij de oppervlakkigheid van een opgeplakt hart, vooraleer de Furie van het kortetermijndenken uw laatste resten verleden ontneemt. Aan de dames en heren politici die blaken van goede voornemens: schep duidelijkheid, toon daadkracht. Laat het niet bij denken alleen, maar durf nu eindelijk te doen.

Kris Merckx

Bron afbeelding:

 http://s2.nieuwsbladcdn.be/Assets/Images_Upload/2012/10/11/eab92440-12e7-11e2-a9ba-ba4e931c32c6_original.jpg?scale=both&format=jpg